Samen kinderen, niets geregeld: hoe verder?

U bent nooit getrouwd, had geen geregistreerd partnerschap, en die afspraak bij de gemeente — “dat regelen we nog wel” — is er nooit van gekomen. Nu de relatie is beëindigd, blijkt dit onderwerp voor veel ouders onverwacht relevant te worden. Wie is juridisch ouder, wie heeft gezag en welke stappen staan open wanneer partijen het onderling niet (meer) eens worden? Hieronder leggen we dit graag kort voor u uit.

Wie is juridisch ouder van uw kind?

Bij de geboorte wordt de moeder die het kind heeft gebaard automatisch de juridische ouder. Dat gaat vanzelf, zonder dat daar iets voor geregeld hoeft te worden. Voor de partner ligt dat anders. Bent u tijdens de geboorte van het kind niet getrouwd en heeft u geen geregistreerd partnerschap, dan wordt uw partner niet automatisch juridisch ouder van het kind — ook niet als hij of zij biologisch de ouder is en al jaren volop meedoet in de opvoeding.

Zonder juridisch ouderschap heeft het kind geen wettelijke afstammingsband met die ouder. Dat raakt onder meer het erfrecht, de achternaam en het gezag.

Wanneer partijen het eens zijn

Zijn beide partijen het eens, dan is erkenning bij de gemeente de meest gangbare weg om het juridisch ouderschap alsnog te vestigen. Dit kan ook na beëindiging van de relatie nog plaatsvinden. Sinds de wetswijziging van 2023 ontstaat bij erkenning automatisch gezamenlijk gezag, zonder dat dit afzonderlijk hoeft te worden aangevraagd.

Wanneer partijen het niet eens zijn

Wanneer een van beide ouders wel erkenning wenst maar de andere partij hier niet aan meewerkt, biedt de wet een tweetal alternatieve routes, afhankelijk van wie welke uitkomst wenst:

  • Vervangende toestemming tot erkenning. Deze route staat open voor de ouder die het kind wíl erkennen, maar daarvoor geen toestemming krijgt van de andere ouder. De verzoekende ouder kan in dat geval de rechtbank vragen om vervangende toestemming tot erkenning. Een dergelijk verzoek wordt slechts in uitzonderlijke gevallen afgewezen, namelijk wanneer erkenning de belangen van het kind zou schaden, bijvoorbeeld ten aanzien van een ongestoorde relatie met de verzorgende ouder.
  • Gerechtelijke vaststelling van het ouderschap. Deze route staat open voor de moeder die het kind heeft gebaard, wanneer de andere ouder niet vrijwillig wil erkennen. Zij kan de rechtbank verzoeken het ouderschap vast te stellen. Dit verzoek kan worden ingediend zolang het kind nog geen zestien jaar oud is, in beginsel binnen vijf jaar na de geboorte. Was de identiteit of verblijfplaats van de andere ouder aanvankelijk onbekend, dan vangt deze termijn pas aan zodra dit wel bekend is geworden. Anders dan bij erkenning werkt deze route wél terug tot de geboorte van het kind.

Ook het kind kan zelf een verzoek indienen

Naast de ouders kan ook het kind zelf een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap laten indienen, zonder de vervaltermijn van vijf jaar die voor ouders geldt. Is het kind nog minderjarig, dan gebeurt dit via een bijzondere curator die namens het kind optreedt.

De rol van een DNA-test

Een DNA-test is niet verplicht om het vaderschap vast te stellen: ook andere aanwijzingen, zoals verklaringen van naasten, correspondentie of betaalde kinderalimentatie, kunnen voor de rechter voldoende bewijs opleveren. Is op grond van de feiten aannemelijk dat de man de verwekker kan zijn, dan kan de rechter alsnog een DNA-onderzoek gelasten — ook als partijen het er onderling al over eens lijken te zijn. Weigert de andere ouder mee te werken, dan kan dat niet worden afgedwongen, maar de rechter mag daar wel de conclusies aan verbinden die hem passend voorkomen, wat in de praktijk vaak betekent dat het vaderschap alsnog wordt vastgesteld.

Wat kunt u doen?

Welke route in uw situatie passend is, hangt sterk af van de concrete omstandigheden: is er (nog) overleg mogelijk, ligt er al een omgangsregeling en hoe kijkt de andere ouder ertegenaan? Onze familierechtadvocaten bij Keistad denken graag met u mee.

Neem contact op met een van onze familierechtadvocaten.