De Wet meer zekerheid flexwerkers brengt een belangrijke wijziging met zich mee in de regels voor tijdelijke arbeidsovereenkomsten. Vanaf 1 januari 2028 wordt de tussenpoos die nodig is om een keten van tijdelijke arbeidsovereenkomsten te doorbreken, verlengd van zes naar 36 maanden. Wat betekent dit voor werkgevers?
De huidige ketenregeling
Op dit moment geldt de zogenoemde 3x3x6. Een werkgever mag in beginsel maximaal drie tijdelijke arbeidsovereenkomsten met een werknemer aangaan binnen een periode van drie jaar. Bij het aangaan van een vierde arbeidsovereenkomst of wanneer de periode van drie jaar wordt overschreden, ontstaat in beginsel een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
De keten van tijdelijke arbeidsovereenkomsten wordt momenteel doorbroken wanneer tussen twee arbeidsovereenkomsten een tussenpoos van meer dan zes maanden zit. Na een dergelijke onderbreking kan in beginsel een nieuwe keten van tijdelijke arbeidsovereenkomsten beginnen.
Juist deze mogelijkheid wordt met de nieuwe wet aanzienlijk beperkt.
De nieuwe ketenregeling
Vanaf 1 januari 2028 wordt de tussenpoos die nodig is om een keten te doorbreken verlengd naar 36 maanden (3x3x36). Hiermee wil de wetgever zogenoemde draaideurconstructies tegengaan. Werknemers zouden niet jarenlang op tijdelijke basis voor dezelfde werkgever moeten kunnen werken door na een korte onderbreking opnieuw in dienst te worden genomen.
Stel dat een werknemer drie tijdelijke arbeidsovereenkomsten heeft gehad en daarmee de maximale keten heeft bereikt. Onder de huidige regeling kan na een tussenpoos van meer dan zes maanden in beginsel een nieuwe keten ontstaan. Vanaf 2028 is daarvoor een onderbreking van 36 maanden nodig. Een werkgever kan dan dus niet meer volstaan met het enkele maanden uit dienst laten gaan van een werknemer om vervolgens opnieuw een tijdelijke arbeidsovereenkomst aan te bieden.
De nieuwe regeling betekent overigens niet dat een werknemer na het bereiken van de maximale keten drie jaar niet voor dezelfde werkgever mag werken. Het betekent dat na het bereiken van de maximale keten niet zonder meer opnieuw een reeks tijdelijke arbeidsovereenkomsten kan worden gestart. Als werkgever en werknemer de arbeidsrelatie willen voortzetten, ligt een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in beginsel voor de hand.
Ook opvolgend werkgeverschap is relevant
Bij de toepassing van de ketenregeling moet verder worden gekeken dan alleen naar de arbeidsovereenkomsten die de werknemer bij de huidige werkgever heeft gehad. Ook opvolgend werkgeverschap kan van belang zijn.
Dit kan bijvoorbeeld spelen wanneer een werknemer eerst via een uitzendbureau werkzaamheden verricht bij een inlener en vervolgens rechtstreeks bij die inlener in dienst treedt voor dezelfde of soortgelijke werkzaamheden. In dat geval kan sprake zijn van opvolgend werkgeverschap en kunnen de eerdere arbeidsovereenkomsten meetellen voor de ketenregeling.
Werkgevers doen er daarom verstandig aan om bij het aangaan van een nieuwe tijdelijke arbeidsovereenkomst niet alleen het eigen personeelsdossier te controleren, maar ook na te gaan of de werknemer eerder binnen de organisatie of een gelieerde onderneming werkzaam is geweest.
Zijn er uitzonderingen?
De nieuwe 36-maandentermijn geldt vanaf 1 januari 2028 niet in alle situaties. Voor tijdelijk terugkerend werk kan bij cao onder voorwaarden een kortere tussenpoos worden afgesproken. Zo blijft voor terugkerend tijdelijk werk, waaronder seizoensarbeid, een tussenpoos van drie maanden mogelijk.
Scholieren en studenten met een bijbaan worden van de nieuwe ketenregeling uitgezonderd. Voor hen blijft een tussenpoos van zes maanden gelden. Wel wordt het urencriterium verhoogd van 12 naar 16 uur per week. Dit betekent dat de uitzondering geldt voor scholieren en studenten die gemiddeld maximaal 16 uur per week werken. Ook arbeidsovereenkomsten die zijn aangegaan in het kader van de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) vallen buiten de ketenregeling.
Verder bestaan er uitzonderingen voor specifieke situaties en functies. Zo kan de ketenregeling bij cao onder voorwaarden geheel of gedeeltelijk buiten toepassing worden verklaard voor bepaalde arbeidsovereenkomsten die voornamelijk zijn aangegaan met het oog op de educatie van de werknemer.
Het is daarom bij het aangaan of verlengen van een tijdelijke arbeidsovereenkomst belangrijk om niet alleen de contracthistorie van de werknemer te controleren, maar ook na te gaan of sprake is van opvolgend werkgeverschap, welke cao van toepassing is en of een wettelijke of cao-uitzondering geldt.
Tijdig voorbereiden
Hoewel de nieuwe ketenregeling pas op 1 januari 2028 in werking treedt, is het verstandig om niet tot dat moment te wachten. De wijziging kan namelijk gevolgen hebben voor de manier waarop werkgevers hun flexibele schil inrichten en personeel op langere termijn inzetten.
Heeft u naar aanleiding van de nieuwe ketenregeling vragen of wilt u weten wat deze wijzigingen voor uw organisatie betekenen? Onze arbeidsrechtadvocaten adviseren u graag over uw specifieke situatie en denken met u mee over een passende aanpak.