Informatie

Geschreven door
 Keistad Advocaten
Categorie
Arbeidsrecht

In 2019 schreef ik al twee juridische columns over arbeidsmarktontwikkelingen en de zogenoemde platformeconomie: een nieuwe netwerksamenleving waar technologie en sociale media een cruciale rol spelen in de wijze van samenwerken en communiceren. Nieuwe bedrijven als Deliveroo en Uber ontlenen hun bestaansrecht aan de nieuwste technologische ontwikkelingen, waarbij vraag en aanbod razendsnel bij elkaar komen via een app op de smartphone. Destijds ging het over de Deliveroo uitspraken. Omdat wij inmiddels twee jaar verder zijn, zal ik in deze column het geheugen even opfrissen. De volgende keer zal ik ingaan op de meest recente ‘platform-uitspraak’ inzake ‘Uber’, van de Rechtbank Amsterdam van 13 september 2021. Arbeidsrechtelijk interessant en actueel!

Nieuwe businessmodellen c.q. platforms als Uber en Deliveroo zijn vernieuwend en daarom vaak niet te plaatsen in de traditionele (arbeidsrechtelijke) hokjes. De arbeidsrechtelijke vraag bij dit soort platforms is vaak of medewerkers traditionele werknemers zijn met een dienstverband of zzp-ers. Een zzp-constructie (overeenkomst van opdracht) op papier, kan in de praktijk namelijk juridisch soms toch kwalificeren als een dienstverband (arbeidsovereenkomst). Dat moet van geval tot geval beoordeeld worden.

Nieuwe wetgeving

Het kabinet doet al jaren een dappere poging om in te spelen op de nieuwe arbeidsmarkt met nieuwe arbeidsrecht wetgeving. Onder meer in 2015 met de Wet Werk en Zekerheid en in 2020 met de Wet Arbeidsmarkt in Balans. Toch loopt de politiek stelselmatig achter de maatschappelijke feiten en arbeidsmarktontwikkelingen aan. Zij heeft vooralsnog weinig grip op dit soort bedrijven, waarbij arbeidsrechtwetgeving vaak niet goed aansluit bij de nieuwe businessmodellen. Kortom: er ligt een belangrijke taak voor rechters om arbeidsrelaties bij platforms zoals Deliveroo en Uber, te toetsen aan de bestaande Nederlandse arbeidswetgeving.

Deliveroo uitspraken

Dat ook kantonrechters hiermee stoeien, bleek al uit een uitspraak van 23 juli 2018 én een uitspraak van 15 januari 2019 over bezorgdienst Deliveroo. Hamvraag in deze zaken, die allemaal dienden bij de kantonrechter te Amsterdam: hoe dient de arbeidsverhouding van de bezorgers van Deliveroo gekwalificeerd te worden?

In de eerste uitspraak van 23 juli 2018 zag de kantonrechter in de arbeidsrelatie géén dienstverband en oordeelde daarmee dat het ‘partnermodel’ of het zzp-model van Deliveroo geoorloofd was. De kantonrechter erkende echter óók dat het huidige arbeidsrecht niet voorziet in de arbeidsverhoudingen die voortkomen uit de nieuwe platformeconomie en dat het aan de wetgever is om maatregelen te treffen wanneer het niet gewenst is dat dergelijke situaties blijven bestaan. In reactie daarop heeft vakbond FNV twee nieuwe zaken aanhangig gemaakt, met in feite dezelfde inzet: zijn bezorgers van Deliveroo nu werknemers in de zin van het arbeidsrecht of zzp-ers?

De uitspraken op 15 januari 2019 waren – slechts een half jaar later – 180 graden anders: de kantonrechter was nu van oordeel dat bezorgers van Deliveroo géén zzp’ers zijn, waardoor zij aanspraak maken op een arbeidsovereenkomst. Als klap op de vuurpijl oordeelde de kantonrechter ook nog eens dat Deliveroo – het gaat immers om een bezorgdienst – valt onder de ‘cao Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen’. Deliveroo bezorgers kunnen daardoor met terugwerkende kracht rechten ontlenen aan deze collectieve arbeidsvoorwaarden.

Op 23 juli 2018 was de Deliveroo bezorger dus nog zzp-er, sinds 15 januari 2019 was hij/zij ineens werknemer. Bij gebrek aan duidelijke wetgeving, zijn de Deliveroo uitspraken sindsdien maatgevend geweest voor andere nieuwe businessmodellen in de platvormeconomie. De rechter zal in iedere zaak die wordt voorgelegd, alle feiten en omstandigheden dienen mee te wegen, om te bepalen of er sprake is van (gewenste) zelfstandigheid van een zzp-er of van (ongewenste) schijnzelfstandigheid van een werknemer. Dat was altijd al zo, alleen heeft de kantonrechter met de Deliveroo-uitspraak van met name 15 januari 2019 wel de knuppel in het hoenderhok gegooid ten aanzien van het hele businessmodel van platforms als Deliveroo.

En nu is er een vervolg met de recente Uber-uitspraak van 13 september 2021 van de Rechtbank Amsterdam. Daarover meer in mijn volgende juridische column!

Stijn Maas