Informatie

Geschreven door
 Keistad Advocaten
Datum
 24-8-2022
Categorie
Ondernemingsrecht

Een schuldenaar heeft een schuld van ruim € 1.066.000 aan drie schuldeisers. Hij biedt hen een prognoseakkoord aan, waarbij de preferente schuldeisers een uitkering van ca. 1,42% van de totale schuldenlast ontvangen en de concurrente schuldeisers een uitkering van 0,71%. Twee van de drie schuldeisers gaan akkoord met deze regeling, maar de schuldeiser die 99,59% van het totaalbedrag te vorderen had niet. De schuldenaar verzoekt de rechter daarom deze schuldeiser een dwangakkoord op te leggen. De rechter wijst het verzoek toe, omdat aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan.

 

Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord wordt toegewezen als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • Het aanbod van de schuldenaar is door een deskundige en onafhankelijke partij getoetst;
  • Aan de hand van een belangenafweging is het in de gegeven omstandigheden onredelijk dat de schuldeiser het aanbod van de schuldenaar afwijst.

Bij het oordeel van de rechter speelt onder meer mee dat de schuldenaar al sinds 2007 onder een schuldenlast gebukt gaat, zonder dat er perspectief is op een schuldenvrije toekomst. Verder heeft de schuldenaar het maximaal haalbare aanbod gedaan en is deze regeling ook in het belang van de schuldeisers. Zij krijgen meer dan zij zouden krijgen als de schuldenaar wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).

Ontbreken huwelijksgemeenschap voorkomt niet meebetalen aan zakelijke schuld man

Een UBO heeft zijn taak als bestuurder onbehoorlijk vervuld vanwege de wijze waarop hij liquide middelen van een bv heeft gebruikt. De bv heeft hem aansprakelijk gesteld voor de daardoor geleden schade. Ook de vrouw van de bestuurder wordt hiervoor aansprakelijk gesteld, hoewel zij niet in gemeenschap van goederen zijn getrouwd. De rechter oordeelt dat dit toch terecht is, voor zover zij persoonlijk is verrijkt door het onrechtmatig handelen van haar man en de bv daardoor is verarmd. De bv geeft in de schadestaatprocedure een deugdelijk gemotiveerde en gedocumenteerde opsomming van de verrijkingen. De vrouw moet de ontstane schade vergoeden voor zover dat redelijk is, ook als zij geen wetenschap had van de gedragingen van haar man.

Denise van Zijl