Laatste waarschuwing Belastingdienst voor UBO-registratie risicovolle juridische entiteiten

Informatie

Geschreven door
 Keistad Advocaten
Datum
 24-5-2022
Categorie
Ondernemingsrecht

Vennootschappen en andere juridische entiteiten, zoals stichtingen en verenigingen, hadden uiterlijk 27 maart 2022 in het UBO-register hun ‘uiteindelijk belanghebbenden’ (UBO’s) moeten inschrijven in het UBO-register. Op die dag waren de UBO’s van 673.963 juridische entiteiten (bijna 38% van het totale aantal registratieplichtigen) ook daadwerkelijk in het register geregistreerd. Juridische entiteiten die hun UBO’s nog niet hebben geregistreerd, krijgen van het Bureau Economische Handhaving van de Belastingdienst nog een laatste waarschuwing voordat er een sanctie aan hen wordt opgelegd.

Het aantal juridische entiteiten zonder UBO-registraties lijkt echter groter dan geraamd. Daarom geeft Het Bureau Economische Handhaving van de Belastingdienst voorrang aan handhaving op díe juridische entiteiten waar de risico’s op witwassen en financieren van terrorisme het hoogst zijn. Dit laten de ministers van Financiën, Justitie en Veiligheid en Economische Zaken en Klimaat weten in een Kamerbrief. Ook de overige registratieplichtige juridische entiteiten zullen hun UBO’s moeten laten registreren. Zij zijn niet vrijgesteld van handhaving. Op deze juridische entiteiten zal dan ook steekproefsgewijs worden gehandhaafd.

Verwachting

Bij de telling van het aantal UBO-registraties op 27 maart jl. was de werkvoorraad van de Kamer van Koophandel nog niet meegeteld. Deze bedroeg op 1 april 2022 ongeveer 400.000 registraties. De verwachting is dat het registratiepercentage hierdoor nog oploopt tot 59 procent. Volgens minister Kaag groeit het op 27 september 2020 in werking getreden UBO-register uit tot een veelgebruikt en effectief middel. Tot en met februari dit jaar zijn in totaal 465.267 uittreksels opgevraagd. Dit is exclusief de raadplegingen door bevoegde autoriteiten, die het UBO-register op andere wijze kunnen benaderen.

Daalde omzet na overname boekhoudkantoor?

Een boekhouder kocht de klantenportefeuille en handelsnaam van een collega-boekhouder, waarbij betaling in termijnen werd afgesproken. Hij betaalde de eerste termijn volledig, maar de tweede slechts deels. Hij vond namelijk dat de omzet zó was gedaald door vertrekkende klanten dat hij verder niets hoefde te betalen. Daarom eist de verkoper het restant van de tweede termijn en een boete. De koper zegt dat hij te veel heeft betaald, wat hij terugeist met een boete, omdat de koper de handelsnaam zelf nog zou gebruiken. De rechtbank oordeelt dat de koper de omzetdaling niet duidelijk maakt en dat niet is gebleken dat de verkoper de handelsnaam nog gebruikt.

Denise van Zijl

Bron: ECLI:NL:RBAMS:2022:267